Jan. 13, 2026
Mijn naam is Maria. Ik woon in Kartasura, Sukoharjo, Indonesië. Ik ben docent. Ik geef Engelse les aan de Raden Mas Said Staat Islamitische Universiteit in Surakarta. Ik heb een dochter en een zoon. Ze zijn allemaal naar school gegaan. Mijn man is ook docent. Maar, hij werkt in de andere campus. Ik en mijn man hou van Nederlands leren. We leren vaak samen Nederlands.
Nama saya Maria. Saya tinggal di Kartasura, Sukoharjo, Indonesia. Saya adalah seorang dosen. Saya mengajar Bahasa Inggris di Universitas Islam Negeri Raden Mas Said Surakarta. Saya mempunyai seorang anak perempuan dan seorang anak laki-laki. Mereka semua sudah bersekolah. Suamiku juga seorang dosen. Namun, dia bekerja di kampus lain. Saya dan suami saya suka belajar Bahasa Belanda. Kami sering belajar Bahasa Belanda bersama.
Wie ben Ik?
Mijn naam is Maria.
Ik woon in Kartasura, Sukoharjo, Indonesië.
Ik ben docent.
Ik geef Engelse les aan de Raden Mas Said Staat Islamitische Universiteit in Surakarta.
Ik heb een dochter en een zoon.
Ze zijn allemaalbei naar school gegaan.
wanneer we spreken over twee personen: allebei of alle twee. drie personen: alle drie. alle vier, alle vijf. allemaal = een groep
Mijn man is ook docent.
Maar, hij werkt inop de andere campus.
Ik en mMijn man houen ik houden van Nederlands leren.
houden = meervoud. ook goed: Mijn man en ik leren graag Nederlands.
|
Wie ben Ik? This sentence has been marked as perfect! |
|
Mijn naam is Maria. This sentence has been marked as perfect! |
|
Ik woon in Kartasura, Sukoharjo, Indonesië. This sentence has been marked as perfect! |
|
Ik ben docent. This sentence has been marked as perfect! |
|
Ik geef Engelse les aan de Raden Mas Said Staat Islamitische Universiteit in Surakarta. This sentence has been marked as perfect! |
|
Ik heb een dochter en een zoon. This sentence has been marked as perfect! |
|
Ze zijn allemaal naar school gegaan. Ze zijn alle wanneer we spreken over twee personen: allebei of alle twee. drie personen: alle drie. alle vier, alle vijf. allemaal = een groep |
|
Mijn man is ook docent. This sentence has been marked as perfect! |
|
Maar, hij werkt in de andere campus. Maar, hij werkt |
|
Ik en mijn man hou van Nederlands leren.
houden = meervoud. ook goed: Mijn man en ik leren graag Nederlands. |
|
We leren vaak samen Nederlands. |
You need LangCorrect Premium to access this feature.
Go Premium