Oct. 17, 2020
Er was eens dat vier Brahmins genoemd Satyanand, Vidhyanand, Dharmanand and Sivanand in een dorpje gewonden. Zij hadden samen opgroeiden en zij gewerden beste vrienden. Satyanand, Vidhyanand and Dharmanand waren heel deskundig. Maar Sivanand besteed meest van zijn tijd om te eten en slapen. Iedereen beschouwde hem om dwaas te zijn.
Hongersnood raakte het dorp. Alle gewassen werden dood. Rivieren en meren werden droeg. De bevolking verhuisden naar andere dorpen om zijn leven te redenen.
“Wij hebben ook nodig om naar een andere plaats te verhuizen, of anders gaan wij dood zoals de anderen”, zei Satyanand. Zij spraken eraf.
“Maar wat over Sivanand?” Vroegde Satyanand.
“Hebben wij hem met ons nodig?” Hij heeft geen vaardigheid of kennis. "Wij kunnen hem ons niet meenemen.” Antwoordde Dharmanand. “Hij zal een last voor ons worden.”
“Maar hoe kunnen wij hem verlaten? Hij groeide met ons op”, zei Vidhyanand. “We zullen onze possessies met elkaar gelijkmatig delen”
Zij spraken af om Sivanand mee te nemen.
Zij pakten alles wat zij nodig hebben en ging naar een stad dichtbij. Onderweg, moeten zij door een bos lopen.
Als zij door het bos liepen, ontmoette zij de botten van een dier. Zij werden Nieuwsgierig en stopten om naar de botten te onderzoeken.
“Deze zijn de botten van en leeuw”, zei Vidhyanand.
De anderen spraken af.
“Dit is een goede kans om onze kennis te testen”, zei Satyanand.
“Ik kan de botten terugbouwen”. Terwijl hij het was aan het zeggen, bouwde hij de botten terug om een skelet van een leeuw te vormen.
Dharmanand zei, “Ik kan de spieren op de botten plakken”. Binnenkort hadden hen een dood lichaam ervoor.
“Ik kan leven in het lichaam blazen”, zei Vindhyanand
Maar voor hij kon doorgaan, Sivanand liep om hem te stoppen. “Nee! Als je lief erin blazen, het zal ons vermoord!”, schreeuwde hij.
“Oh wat lafaard! Je kan me niet stoppen om mijn vaardigheid en kennis te testen”, schreeuwde Vindhyanand met boosheid. “Je bent hier met ons omdat ik om de anders verzochten om je mee te komen”.
“Laat me dan alsjeblieft de boom beklimmen”, zei Sivandand terwijl hij naar de naaste boos ren. Net toen hij zich op de hoogste tak van de boos trok, de leeuw werd leven. Met een oorverdovend roar, de leeuw viel de drie deskundige Brahmins aan en hij vermoord hen.
Once upon a time in a small village lived four Brahmins named Satyanand, Vidhyanand, Dharmanand and Sivanand. They had grown up together to become good friends. Satyanand, Vidhyanand and Dharmanand were very knowledgeable. But Sivanand spent most of his time eating and sleeping. He was considered foolish by everyone.
Once famine struck the village. All the crops failed. Rivers and lakes started to dry up. The people of the villages started moving to other villages to save their lives.
“We also need to move to another place soon or else we will also die like many others," said Satyanand. They all agreed with him.
“But what about Sivanand?" Asked Satyanand.
“Do we need him with us? He has no skills or learning. We cannot take him with us," replied Dharmanand. “He will be a burden on us."
“How can we leave him behind? He grew up with us," said Vidhyanand. “We will share what ever we earn equally among the four of us."
They all agreed to take Sivanand along with them.
They packed all necessary things and set out for a nearby town. On the way, they had to cross a forest.
As they were walking through the forest, they came across the bones of an animal. They became curious and stopped to take a closer look at the bones.
“Those are the bones of a lion," said Vidhyanand.
The others agreed.
“This is a great opportunity to test our learning," said Satyanand.
“I can put the bones together." So saying, he brought the bones together to form the skeleton of a lion.
“Dharmanand said, “I can put muscles and tissue on it." Soon a lifeless lion lay before them.
“I can breathe life into that body." said Vidhyanand.
But before he could continue, Sivanand jumped up to stop him. “No. Don't! If you put life into that lion, it will kill us all," he cried.
“Oh you coward! You can’t stop me from testing my skills and learning," shouted an angry Vidhyanand. “You are here with us only because I requested the others to let you come along."
“Then please let me climb that tree first,’ said a frightened Sivanand running towards the nearest tree. Just as Sivanand pulled himself on to the tallest branch of the tree Vidhyanand brought life into the lion. Getting up with a deafening roar, the lion attacked and killed the three learned Brahmins.
Er was eens dat vier Brahmins genoemddie Satyanand, Vidhyanand, Dharmanand anden Sivanand in een dorpje gewondenheten, ze woonden in een klein dorpje.
Er was eens vier Brahmins die Satyanand, Vidhyanand, Dharmanand en Sivanand heten, ze woonden in een klein dorpje.
Zij haddwaren samen opgroeiden en zij gewerdwaren beste vrienden geworden.
Zij waren samen opgroeiden en waren beste vrienden geworden.
Satyanand, Vidhyanand and Dharmanand waren heel deskundigslim.
Satyanand, Vidhyanand and Dharmanand waren heel slim.
Maar Sivanand besteede het meest van zijn tijd om teaan eten en slapen.
Maar Sivanand besteede het meest van zijn tijd aan eten en slapen.
Iedereen beschouwdevond hem om dwaas te zijn/ iedereen dacht dat hij dwaas was.
Iedereen vond hem dwaas/ iedereen dacht dat hij dwaas was.
Hongersnood raakte het dorp.
Alle gewassen werdgingen dood.
Alle gewassen gingen dood.
Rivieren en meren werden droegdroogden uit.
Rivieren en meren droogden uit.
De bevolking verhuisden naar andere dorpen om zijhun levens te redenen.
De bevolking verhuisden naar andere dorpen om hun levens te redenen.
“Wij hebbmoeten ook nodig om naar een andere plaats te verhuizen, of anders gaazullen wij dood gaan zoals al de anderen”, zei Satyanand.
“Wij moeten ook naar een andere plaats te verhuizen, of anders zullen wij dood gaan zoals al de anderen”, zei Satyanand.
moeten = toont noodzaak (shows necessity)
Zij spraken erafIedereen ging met hem akoord.
Iedereen ging met hem akoord.
“Maar wat overdoen we met Sivanand?” Vroegde Satyanand.
“Maar wat doen we met Sivanand?” Vroegde Satyanand.
“Hebben wij hem metbij ons nodig?” Hij heeft geen vaardigheid of kennis.
“Hebben wij hem bij ons nodig?” Hij heeft geen vaardigheid of kennis.
"Wij kunnen hem ons niet met ons meenemen.” Antwoordde Dharmanand.
"Wij kunnen hem niet met ons meenemen.” Antwoordde Dharmanand.
“Hij zal een last voor ons worden.”
“Maar hoe kunnen wij hem verlaten?
Hij groeide met ons op”, zei Vidhyanand.
“We zullen onze possessies met elkaarwat we verdienen gelijkmatig verdelen onder ons vier”
“We zullen wat we verdienen gelijkmatig verdelen onder ons vier”
Zij spraken af om Sivanand mee te nemen.
Zij pakten alles wat zij nodig hebbadden en ging naar een stad dichtbijzijnde stad.
Zij pakten alles wat zij nodig hadden en ging naar een dichtbijzijnde stad.
Onderweg, moesten zije door een bos lopen.
Onderweg moesten ze door een bos lopen.
AlsTerwijl zij door het bos liepen, ontmoettekwamen zij de botten van een dier tegen.
Terwijl zij door het bos liepen, kwamen zij de botten van een dier tegen.
Zij werden Nnieuwsgierig en stopten om naar de botten te kijken. / om de botten te onderzoeken.
Zij werden nieuwsgierig en stopten om naar de botten te kijken. / om de botten te onderzoeken
“Dezeit zijn de botten van een leeuw”, zei Vidhyanand.
“Dit zijn de botten van een leeuw”, zei Vidhyanand.
De anderen spraken afgingen akoord.
De anderen gingen akoord.
“Dit is een goede kans om onze kennis te testen”, zei Satyanand.
“Ik kan de botten terugzetten / ik kan het skelet opnieuw bouwen”. “Ik kan de botten terugzetten / ik kan het skelet opnieuw bouwen”.
Terwijl hij het was aan het zeggen, bouwdedat zei, bracht hij de botten terug samen om eenhet skelet van een leeuw te vormen.
Terwijl hij dat zei, bracht hij de botten te samen om het skelet van een leeuw te vormen.
Dharmanand zei, “Ik kan der spieren op de botten en weefsel opplakken”.
Dharmanand zei, “Ik kan er spieren en weefsel opplakken”.
BinnenkortVlug hadden henze een dood lichaam ervoor hen.
Vlug hadden ze een dood lichaam voor hen.
“Ik kan leven in het lichaam blazen”, zei Vindhyanand
Maar voor hij kon dooverdergaan, stopte Sivanand liep om hem te stoppenhem.
Maar voor hij kon verdergaan, stopte Sivanand hem.
“Nee!
Als je lief erin blazen,er leven in blaast, zal het zal ons vermoorden!”, schreeuwde hij.
Als je er leven in blaast, zal het ons vermoorden!”, schreeuwde hij.
“Oh watjij lafaard!
“Oh jij lafaard!
Je kan me niet stoppen om mijn vaardigheid en kennis te testen”, schreeuwde een boze Vindhyanand met boosheid.. / schreeuwde Vindhyanand boos
Je kan me niet stoppen om mijn vaardigheid en kennis te testen”, schreeuwde een boze Vindhyanand. / schreeuwde Vindhyanand boos
“Je bent hier metalleen maar bij ons omdat ik omaan de anders verzochtene heb gevraagd om je mee te laten komen”.
“Je bent hier alleen maar bij ons omdat ik aan de andere heb gevraagd om je mee te laten komen”.
“Laat me dan alsjeblieft deerst die boom beklimmen”, zei Sivandand terwijl hij naar de naastdichtsbijzijnde boosm rende.
“Laat me dan alsjeblieft eerst die boom beklimmen”, zei Sivandand terwijl hij naar de dichtsbijzijnde boom rende.
Net toen hij zich op de hoogste tak van de boosm trok, bracht Vidhyanand de leeuw werdtot leven.
Net toen hij zich op de hoogste tak van de boom trok, bracht Vidhyanand de leeuw tot leven.
Met een oorverdovend roar,gebrul, viel de leeuw viel de drie deskundiggeleerde Brahmins aan en hij vermoord hende ze.
Met een oorverdovend gebrul, viel de leeuw de drie geleerde Brahmins aan en vermoordde ze.
Feedback
Goed geprobeerd, het is moeilijk om een tekst letterlijk te vertalen! Probeer de volgende keer zelf met een tekst op te komen, dit zal misschien makkelijker zijn.
Nice try, it's hard to literally translate a text! Try to come up with a text yourself next time, this might be easier.
|
Zij spraken eraf.
|
|
Vier vrienden |
|
Er was eens dat vier Brahmins genoemd Satyanand, Vidhyanand, Dharmanand and Sivanand in een dorpje gewonden.
Er was eens |
|
Zij hadden samen opgroeiden en zij gewerden beste vrienden.
Zij |
|
Satyanand, Vidhyanand and Dharmanand waren heel deskundig.
Satyanand, Vidhyanand and Dharmanand waren heel |
|
Maar Sivanand besteed meest van zijn tijd om te eten en slapen.
Maar Sivanand besteede het meest van zijn tijd |
|
Iedereen beschouwde hem om dwaas te zijn.
Iedereen |
|
Hongersnood raakte het dorp. This sentence has been marked as perfect! |
|
Alle gewassen werden dood.
Alle gewassen |
|
Rivieren en meren werden droeg.
Rivieren en meren |
|
De bevolking verhuisden naar andere dorpen om zijn leven te redenen.
De bevolking verhuisden naar andere dorpen om |
|
“Wij hebben ook nodig om naar een andere plaats te verhuizen, of anders gaan wij dood zoals de anderen”, zei Satyanand.
“Wij moeten = toont noodzaak (shows necessity) |
|
“Maar wat over Sivanand?” Vroegde Satyanand.
“Maar wat |
|
“Hebben wij hem met ons nodig?” Hij heeft geen vaardigheid of kennis.
“Hebben wij hem |
|
"Wij kunnen hem ons niet meenemen.” Antwoordde Dharmanand.
"Wij kunnen hem |
|
“Hij zal een last voor ons worden.” This sentence has been marked as perfect! |
|
“Maar hoe kunnen wij hem verlaten? This sentence has been marked as perfect! |
|
Hij groeide met ons op”, zei Vidhyanand. This sentence has been marked as perfect! |
|
“We zullen onze possessies met elkaar gelijkmatig delen”
“We zullen |
|
Zij spraken af om Sivanand mee te nemen. This sentence has been marked as perfect! |
|
Zij pakten alles wat zij nodig hebben en ging naar een stad dichtbij.
Zij pakten alles wat zij nodig h |
|
Onderweg, moeten zij door een bos lopen.
Onderweg |
|
Als zij door het bos liepen, ontmoette zij de botten van een dier.
|
|
Zij werden Nieuwsgierig en stopten om naar de botten te onderzoeken.
Zij werden |
|
“Deze zijn de botten van en leeuw”, zei Vidhyanand.
“D |
|
De anderen spraken af.
De anderen |
|
“Dit is een goede kans om onze kennis te testen”, zei Satyanand. This sentence has been marked as perfect! |
|
“Ik kan de botten terugbouwen”. “Ik kan de botten terugzetten / ik kan het skelet opnieuw bouwen”. “Ik kan de botten terugzetten / ik kan het skelet opnieuw bouwen”. |
|
Terwijl hij het was aan het zeggen, bouwde hij de botten terug om een skelet van een leeuw te vormen.
Terwijl hij |
|
Dharmanand zei, “Ik kan de spieren op de botten plakken”.
Dharmanand zei, “Ik kan |
|
Binnenkort hadden hen een dood lichaam ervoor.
|
|
“Ik kan leven in het lichaam blazen”, zei Vindhyanand This sentence has been marked as perfect! |
|
Maar voor hij kon doorgaan, Sivanand liep om hem te stoppen.
Maar voor hij kon |
|
“Nee! This sentence has been marked as perfect! |
|
Als je lief erin blazen, het zal ons vermoord!”, schreeuwde hij.
Als je |
|
“Oh wat lafaard!
“Oh |
|
Je kan me niet stoppen om mijn vaardigheid en kennis te testen”, schreeuwde Vindhyanand met boosheid.
Je kan me niet stoppen om mijn vaardigheid en kennis te testen”, schreeuwde een boze Vindhyanand |
|
“Je bent hier met ons omdat ik om de anders verzochten om je mee te komen”.
“Je bent hier |
|
“Laat me dan alsjeblieft de boom beklimmen”, zei Sivandand terwijl hij naar de naaste boos ren.
“Laat me dan alsjeblieft |
|
Net toen hij zich op de hoogste tak van de boos trok, de leeuw werd leven.
Net toen hij zich op de hoogste tak van de boo |
|
Met een oorverdovend roar, de leeuw viel de drie deskundige Brahmins aan en hij vermoord hen.
Met een oorverdovend |
You need LangCorrect Premium to access this feature.
Go Premium