emily9's avatar
emily9

Nov. 14, 2025

0
Mijn dag

Vandaag is voor me een goede dag. Ik ben niet naar werk gaan, maar blijf thuis. Ik heeft lekker lunch voor mezelf en mijn man gekookt. De lunch was fondue met biefstuk, appel, paprika, ui, en champignon. Ook heb ik drie uur Nederlands gestudeert.

Vanavond zal ik avondeten kook: varkenskoteletten met aardappelen en dopewrtjes. Ik zal ook met mijn vrienden videogames spelen.

Corrections (2)
Correction Settings
Choose how corrections are organized

Only show inserted text
Word-level diffs are planned for a future update.

Mijn dag

De lunch was fondue met biefstuk, appel, paprika, ui, en champignon.

Mijn dag


This sentence has been marked as perfect!

Vandaag is voor me een goede dag.


Vandaag is het voor meij een goede dag. Vandaag is het voor mij een goede dag.

When talking about yourself use I (ik) and not me.

Vandaag is voor meij een goede dag. Vandaag is voor mij een goede dag.

Ik ben niet naar werk gaan, maar blijf thuis.


Ik ben niet naar werk gegaan, maarik blijf thuis. Ik ben niet naar werk gegaan, ik blijf thuis.

Gaan means going right now, when it something that lies in the past use "ge'' before the verb. in this case ge-gaan.

Ik ben niet naar mijn werk gegaan, maar blijfen thuis gebleven. Ik ben niet naar mijn werk gegaan, maar ben thuis gebleven.

Of: Ik ga niet naar mijn werk, maar blijf thuis.

Ik heeft lekker lunch voor mezelf en mijn man gekookt.


Ik heeftb een lekkere lunch voor meijzelf en mijn man gekookt. Ik heb een lekkere lunch voor mijzelf en mijn man gekookt.

heeft is used to subscribe something that another person has, not when talking about yourself in the present form.

Ik heeftb lekker lunch voor mezelf en mijn man gekookt. Ik heb lekker lunch voor mezelf en mijn man gekookt.

Als je wilt vertellen dat de lunch lekker smaakte: Ik heb een lekkere lunch gemaakt.

De lunch was fondue met biefstuk, appel, paprika, ui, en champignon.


This sentence has been marked as perfect!

Ook heb ik drie uur Nederlands gestudeert.


Ook heb ik drie uur Nederlands gestudeert. Ook heb ik drie uur Nederlands gestudeert.

Ook heb ik drie uur Nederlands gestudeertd. Ook heb ik drie uur Nederlands gestudeerd.

Voltooid deelwoord eindigt alleen op een t als de laatste letter van de stam van het werkwoord op een klinker uit het woord 'kofschip' (of fokschaap) staat. De stam van studeren is studeer, de r staat niet in 'kofschip', dus een 'd' aan het eind.

Vanavond zal ik avondeten kook: varkenskoteletten met aardappelen en dopewrtjes.


Vanavond zalga ik avondeten kooken: varkenskoteletten met aardappelen en dopewrwtjes. Vanavond ga ik avondeten koken: varkenskoteletten met aardappelen en doperwtjes.

Vanavond zal ik avondeten kooken: varkenskoteletten met aardappelen en dopewrwtjes. Vanavond zal ik avondeten koken: varkenskoteletten met aardappelen en doperwtjes.

Na een hulpwerkwoord (zal) gebruik je de infinitief (koken). Het is gebruikelijker om te zeggen: Vanavond ga ik varkenskoteletten klaarmaken, of: Vanavond eten we varkenskoteletten. Heb je er wel eens aan gedacht om minder vlees te eten? Daarmee help je om klimaatverandering tegen te gaan.

Ik zal ook met mijn vrienden videogames spelen.


Ik zalga ook met mijn vrienden videogames spelen. Ik ga ook met mijn vrienden videogames spelen.

Ik zalga ook met mijn vrienden videogames spelen. Ik ga ook met mijn vrienden videogames spelen.

You need LangCorrect Premium to access this feature.

Go Premium