Shikhar's avatar
Shikhar

Jan. 14, 2020

0
Een meisje en een normaale bed

Er was een meisje dat in een bos heeft gewonden.

Een dag, ze vindt een huisje en ze ging het huis binnen.

En de slaapkamer, ze zag drie bedden - een grote bed, een kleine bed en een normaale bed.

Ze meisje slaapt en de grote bed maar ze vindt het niet leuke.

Dan ze slaapt en de kleine bed maar het was ook niet lekker.

Waneer ze slaapt en de normaal bed, het was perfect!

Corrections (1)
Correction Settings
Choose how corrections are organized

Only show inserted text
Word-level diffs are planned for a future update.

Shikhar's avatar
Shikhar

Jan. 14, 2020

0

Waneer ze slaapt en de normaal bed, het was perfect!


Waneer ze slaapt en de normaal bed, het wasToen ze sliep in het gewone bed, was het perfect! Toen ze sliep in het gewone bed, was het perfect!

'wanneer' is more for present and future things such as like "when that happens." For the past I think you'd more commonly use 'toen'.

Een meisje en een normaale bed


Een meisje en een normaale/gewoon bed Een meisje en een normaal/gewoon bed

to me 'normaal' sounds a little odd in this context and I'd go for 'gewoon'. I don't really know why, sorry, but I guess to me this sounds more natural.

Er was een meisje dat in een bos heeft gewonden.


Er was een meisje dat in een bos heeft gewoonden. Er was een meisje dat in een bos woonde.

This is more of a general sentence I think so using the past simple fits here more.

Een dag, ze vindt een huisje en ze ging het huis binnen.


EOp een dag, ze vindtvond ze een huisje en ze ging het huisze naar binnen. Op een dag, vond ze een huisje en ging ze naar binnen.

You start telling the story in the past tense and then switch to present. not a major issue but it makes the flow a little weird.

En de slaapkamer, ze zag drie bedden - een grote bed, een kleine bed en een normaale bed.


EIn de slaapkamer, ze zag ze drie bedden - een groote bed, een kleine bed en een normaalegewoon bed. In de slaapkamer zag ze drie bedden - een groot bed, een klein bed en een gewoon bed.

Ze meisje slaapt en de grote bed maar ze vindt het niet leuke.


Ze meisje slaapt en desliep in het grote bed, maar zdie viondt het ze niet leukefijn. Ze sliep in het grote bed, maar die vond ze niet fijn.

I understand the 'leuk' here but you wouldn't call a bed 'leuk' if you liked it. You'd rather call it 'fijn' or 'prettig'.

Dan ze slaapt en de kleine bed maar het was ook niet lekker.


Dan ze slaapt en deToen sliep ze in het kleine bed, maar hetdie was ook niet lekkerfijn. Toen sliep ze in het kleine bed, maar die was ook niet fijn.

'Lekker' could have worked as the verb 'lekker slapen', for example in the sentence "maar die sliep ook niet lekker."

You need LangCorrect Premium to access this feature.

Go Premium