Shikhar's avatar
Shikhar

Feb. 11, 2020

0
Het kleine mesije (Deel 2)

De wolf gesprakt, "Kleine meisje, waar gaat je?"

Het meisje keek naar de wolf en zei, "Sorry, meneer Wolf maar ik mag niet met onbekenden praten."

De wolf zei, "Toch, wat is jouw naam?"

Het meisje zei, "Ik heet Femke."

De wolf zei, "En je kent mijn naam al. We worden vrienden. Nu kun je me vertellen - waar gaat je?"

Corrections (1)
Correction Settings
Choose how corrections are organized

Only show inserted text
Word-level diffs are planned for a future update.

Het meisje zei, "Ik heet Femke."

Shikhar's avatar
Shikhar

Feb. 11, 2020

0

Het kleine mesije (Deel 2)


Het kleine mesisje (Deel 2) Het kleine meisje (Deel 2)

De wolf gesprakt, "Kleine meisje, waar gaat je?"


De wolf gespraktzei, "Kleine meisje, waar gaat je heen?" De wolf zei, "Klein meisje, waar ga je heen?"

Het meisje keek naar de wolf en zei, "Sorry, meneer Wolf maar ik mag niet met onbekenden praten."


Het meisje keek naar de wolf en zei, "Sorry, meneer Wolf maar ik mag niet met onbekendvreemdelingen praten." Het meisje keek naar de wolf en zei, "Sorry, meneer Wolf maar ik mag niet met vreemdelingen praten."

"onbekenden" = unknowns

De wolf zei, "Toch, wat is jouw naam?"


De wolf zei, "TochAlsnog, wat is jouw naam?" De wolf zei, "Alsnog, wat is jouw naam?"

Het meisje zei, "Ik heet Femke."


This sentence has been marked as perfect!

De wolf zei, "En je kent mijn naam al. We worden vrienden. Nu kun je me vertellen - waar gaat je?"


De wolf zei, "En je kent mijn naam al. We worden vrienden. Nu kun je me vertellen - waar gaat je heen?" De wolf zei, "En je kent mijn naam al. We worden vrienden. Nu kun je me vertellen - waar ga je heen?"

You need LangCorrect Premium to access this feature.

Go Premium