soumyeah's avatar
soumyeah

Sept. 5, 2022

0
Schrijf over een gerecht uit je eigen land

Ik ben amerikaans en een gerecht uit mijn land is appel taart. Appel taart is heel traditioneel. Veel mensen eten dit gerecht tijdens Thanksgiving. Een ander taart dat mensen houden van eten tijdens Thanksgiving is pompoen taart. Ik vind pompoen taart meer lekker dan appel taart. Voor me, pompoen taart en appel taart zijn de smaak van herfst.

Corrections (3)
Correction Settings
Choose how corrections are organized

Only show inserted text
Word-level diffs are planned for a future update.

niknik's avatar
niknik

Sept. 8, 2022

0

Een andere taart datie mensen houden vangraag eten tijdens Thanksgiving is pompoen taart.

Taart is vrouwelijk, niet onzijdig, ik kan niet verklaren waarom “die mensen houden van eten tijdens Thanksgiving” fout is maar in betrekkelijke clausules is “graag” veel beter.

Schrijf over een gerecht uit je eigen land

Veel mensen eten dit gerecht tijdens Thanksgiving.

niknik's avatar
niknik

Sept. 8, 2022

0

Een andere taart datie mensen houden vangraag eten tijdens Thanksgiving is pompoen taart.

It is 'de taart' so use 'die' in stead of 'dat' ('de taart, die' en 'het huis, dat'),

Schrijf over een gerecht uit je eigen land


This sentence has been marked as perfect!

Ik ben amerikaans en een gerecht uit mijn land is appel taart.


Ik ben aAmerikaans en een gerecht uit mijn land is appel taart. Ik ben Amerikaans en een gerecht uit mijn land is appeltaart.

One simple trick to see if two nouns should be concatenated in Dutch is to check if you can put an adjective in the middle (also works from English) e.g. 'apple delicious pie' would not work as it should be 'delicious apple pie' so 'apple' and 'pie' are one word in this context (in Dutch).

Ik ben aAmerikaans en een gerecht uit mijn land is appel taart. Ik ben Amerikaans en een gerecht uit mijn land is appeltaart.

Woordsamenstellingen worden als één woord geschreven en uitgesproken.

Ik ben amerikaans en een gerecht uit mijn land is appel taart. Ik ben amerikaans en een gerecht uit mijn land is appeltaart.

Appel taart is heel traditioneel.


Appel taart is heel traditioneel. Appeltaart is heel traditioneel.

Appel taart is heel traditioneel. Appeltaart is heel traditioneel.

Weer woordsamenstellingen.

Veel mensen eten dit gerecht tijdens Thanksgiving.


This sentence has been marked as perfect!

Een ander taart dat mensen houden van eten tijdens Thanksgiving is pompoen taart.


Een andere taart datie mensen houden vangraag eten tijdens Thanksgiving is pompoen taart. Een andere taart die mensen graag eten tijdens Thanksgiving is pompoentaart.

It is 'de taart' so use 'die' in stead of 'dat' ('de taart, die' en 'het huis, dat'),

Een andere taart datie mensen houden vangraag eten tijdens Thanksgiving is pompoen taart. Een andere taart die mensen graag eten tijdens Thanksgiving is pompoentaart.

Taart is vrouwelijk, niet onzijdig, ik kan niet verklaren waarom “die mensen houden van eten tijdens Thanksgiving” fout is maar in betrekkelijke clausules is “graag” veel beter.

Een andere (soort) taart datie mensen houden vangraag eten tijdens Thanksgiving is pompoen taart. Een andere (soort) taart die mensen graag eten tijdens Thanksgiving is pompoentaart.

Ik vind pompoen taart meer lekker dan appel taart.


Ik vind pompoen taart meer lekkerder dan appel taart. Ik vind pompoentaart lekkerder dan appeltaart.

or 'ik hou meer van pompoentaart dan appeltaart'.

Ik vind pompoen taart meer lekkerder dan appel taart. Ik vind pompoentaart lekkerder dan appeltaart.

In Nederlands komt “meer lekker” zo goed as niet voor. In principe is de vergrotende trap van elk bijvoeglijk naamwoord met “-er” er achter, als die op een /r/ eindigen wordt dit “-der”. Dit werkt ook zo bij woorden als “bestuurder” [driver] van “besturen” waar de /d/ ook opduikt.

Ik vind pompoen taart meer lekkerder dan appel taart. Ik vind pompoentaart lekkerder dan appeltaart.

Voor me, pompoen taart en appel taart zijn de smaak van herfst.


Voor me,ij zijn pompoen taart en appel taart zijn de smaak van herfst. Voor mij zijn pompoentaart en appeltaart de smaak van herfst.

Voor me,ij hebben pompoen taart en appel staart zijn de smaak van herfst. Voor mij hebben pompoentaart en appelstaart de smaak van herfst.

Een taart “heeft” een smaak. Het werkwoord moet ook als tweede element van de zin. “voor me” hier is raar omdat als “me” naar het begin van de zin verschoven wordt he altijd “mij” wordt. “poempoentaart en appeltaart hebben de smaak van herfst voor me.” is in principe grammaticaal, maar “voor mij” geeft meer nadruk. Het naar het begin van de zin verschuiven geeft ook meer nadruk, vandaar.

Voor me,ij smaken pompoen taart en appel taart zijn de smaak vannaar de herfst. Voor mij smaken pompoentaart en appeltaart naar de herfst.

You need LangCorrect Premium to access this feature.

Go Premium